Foto UKZKF
FRNLEN

>>Psychologie

Psychologie

Sinds 1 februari 2012 heeft het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola beslist om volop voor de uitbouw van een Psychologie Eenheid te gaan. Het rekent daarbij op de steun van de Dienst Pedopsychiatrie. In de nieuwe eenheid zouden dan alle klinisch psychologen en neuropsychologen van de diverse pediatrische en pedopsychiatrische diensten binnen het ziekenhuis worden ondergebracht.

De activiteiten van de Eenheid zijn gestoeld op vier grote assen: de psychologische ‘liaison’ (alle pediatrische diensten binnen het ziekenhuis), de consultaties op de Dienst Pedopsychiatrie, waaronder het Referentiecentrum ‘Anders’ voor autisme en pervasieve ontwikkelingsstoornissen, de ziekenhuisopname in de pedopsychiatrie (zaal 69) en het Dagcentrum ‘La Contre-Allée’.

De Psychologie Eenheid werkt intensief rond drie competentiepolen: klinische activiteiten, wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Het kind wordt in zijn geheel beschouwd (zo wordt er gekeken naar de diverse aspecten op psychisch, medisch en sociaal vlak van het kind en zijn familie). Wij hechten erg veel belang aan het aanvullend karakter en de onderlinge afhankelijkheid van de verschillende manieren waarop onze patiëntjes op somatisch en psychologisch vlak benaderd worden. Voorts wordt er continu samengewerkt met de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Psychologische Wetenschappen en Opvoeding, meer in het bijzonder via het onderwijs in de 2de en 3de cyclus, het toezicht op de psychologen die stage lopen en de supervisie op de scripties (omkadering en zitje in de jury bij de presentatie van de eindwerken).

Daarnaast wordt er, in samenwerking met alle zorgeenheden, heel wat onderzoek verricht : zo is er het pilootproject rond ‘voedselaversies’; ‘autisme en voeding’: er wordt naar middelen gezocht om het voedingspalet van kinderen met autisme te kunnen uitbreiden, er is de ‘begeleiding van de ouders van autistische kinderen’, er is de bevraging m.b.t. het adequaat doorgeven van informatie over het omgaan met gedragspatronen die een uitdaging vormen; er wordt onderzoek verricht bij kinderen met tyrosinemie; er is het onderzoek – in samenwerking met de intensieve zorgeenheid van het CHU Nancy – naar ‘de psychologische weerslag van de twee verschillende manieren waarop de families op de PICU worden opgevangen’, er is het onderzoek naar ‘de impact van de hartchirurgie’ en verder is er het onderzoek en zijn er ook verdere acties op het vlak van de opvang en begeleiding van de familie op het moment dat deze de harde diagnose te horen krijgt’.

Aan de hand van deze erg positieve vaststelling, namelijk dat de huidige activiteitenagenda toch wel rijkelijk gevuld is, mogen we de toekomst optimistisch tegemoet zien en kunnen we ons in de komende jaren volop focussen op de verdere uitbouw van deze paramedische activiteit die van essentieel belang is voor alle partijen: kind, familie en ziekenhuis.